Doneren
melanoom

Adjuvante behandeling

Er zijn  twee soorten systemische therapieën beschikbaar voor mensen met (locoregionale) uitzaaiingen van het melanoom, die in zijn geheel zijn verwijderd:

  • doelgerichte therapie (targeted therapy) – vanaf 1 januari 2029 niet meer in verzekerde pakket
  • Immuuntherapie

Systemische medicijnen werken in het hele lichaam en dus niet alleen op de plek waar de tumoren zich bevinden. Het gaat om geneesmiddelen die al jaren gebruikt worden bij patiënten met een gevorderd melanoom (inoperabel of gemetastaseerd melanoom).

Bij stadium III patiënten die operabele uitzaaiingen hebben, kunnen deze geneesmiddelen als het ware preventief ingezet worden met als doel terugkeer van ziekte te voorkomen. Om de juiste systemische therapie te bepalen, moet eerst laboratoriumonderzoek worden gedaan. Het laboratorium onderzoekt jouw tumormateriaal (bij voorkeur dat van een uitzaaiing) om te kijken of de mutatie BRAF V600 aanwezig is. Ruim de helft van alle mensen met een melanoom heeft deze BRAF-genmutatie. Blijk je de BRAF-genmutatie te hebben, dan kan doelgerichte therapie een behandelmogelijkheid voor je zijn. Ongeacht de aanwezigheid van de BRAF V600 mutatie, is immuuntherapie met anti-PD1 een mogelijke behandeloptie.

Doelgerichte therapie (adjuvant)

Tumorcellen delen zich op een ongecontroleerde manier, waardoor een tumor blijft groeien. Tal van eigenschappen van de tumorcel spelen hierbij een rol. De medicijnen die bij doelgerichte therapie worden gebruikt, maken gebruik van deze eigenschappen om de celdeling te blokkeren. Hiermee maakt doelgerichte therapie tumorcellen onschadelijk. Na operatieve verwijdering van locoregionale uitzaaiingen, kunje adjuvant behandeld worden met zogenaamde BRAF/MEK- remmers. Deze worden in de vorm van tabletten toegediend.

Uiyt langdurig onderzoek bij patienten die adjuvante doelgerichte therapie kregen is gebleken dat deze behandeling de overleving van de patienten niet verbeterd.

BRAF-/MEK-remmers (dabrafenib/trametinib)

BRAF is een eiwit, waarvan de structuur verandert door de genmutatie. Hierdoor gaat het eiwit de groei van de melanoomcellen stimuleren. De zogenaamde BRAF- remmers blokkeren de werking van het eiwit, waardoor de groei van het melanoom wordt belemmerd. MEK is een ander eiwit dat betrokken is bij de groei van tumorcellen. De MEK-eiwitten zijn in BRAF gemuteerde tumoren vaak overactief. MEK-remmers remmen de activiteit van het eiwit. Hierdoor wordt de groei van de tumor geremd. Omdat de MEK-eiwitten met name overactief zijn bij tumoren met een BRAF genmutatie, worden BRAF- en MEK-remmer gecombineerd voorgeschreven.

Immuuntherapie (adjuvant)

Ons immuunsysteem beschermt ons lichaam tegen schadelijke indringers, zoals virussen, schimmels, bacteriën en parasieten. Een belangrijke afweercel bij het beschermen van het lichaam is de T-cel. Op de T-cel zit een T-celreceptor. Deze checkt of er afwijkende cellen in de weefsels zijn. Is dit het geval, dan bindt de T-cel zich aan de afwijkende cel en vernietigt deze. De T-cel speelt een belangrijke rol, omdat het sommige typen kankercellen – waaronder melanoomcellen – als afwijkend kan herkennen en vervolgens kan vernietigen. Kankercellen proberen de vernietigende functie van de T-cel stop te zetten. Na operatieve verwijdering van locoregionale uitzaaiingen, kun je adjuvant behandeld worden met zogenaamde anti-PD1. Deze therapieën worden altijd per infuus toegediend.

Anti-PD1 is een antilichaam (antistof) dat zich bindt aan de receptor PD-1 op de T- cellen. Kankercellen kunnen PD-L1-eiwitten produceren die zich hechten aan de PD- 1-receptor. Als dit gebeurt, wordt de activiteit van de T-cellen uitgeschakeld en kunnen die cellen de kanker niet meer aanvallen. Door zich te hechten aan de receptor, voorkomt anti-PD1 dat PD-L1-eiwitten de T-cellen uitschakelen. Hierdoor versterkt het immuunsysteem, waardoor het beter kankercellen kan vernietigen.

Melanoomcentra

Adjuvante behandeling met immunotherapie en doelgerichte therapie kan alleen in een van de 14 melanoomcentra.

Adjuvante systemische therapieën voor stadium III melanoom