Woordenlijst
A
Melanoom dat op de handpalmen, voetzolen of onder de nagels zit. Komt bij minder dan 5% van alle melanomen voor. Het kan bij elke etniciteit voorkomen, maar is het meest voorkomende type melanoom bij Afro-Amerikanen en Aziaten.
Kleine, schilferige rode vlek veroorzaakt door blootstelling aan de zon; het wordt beschouwd als een voorstadium van een plaveiselcelcarcinoom.
Een behandeling waarvan het doel is om de verspreiding van kanker naar andere delen van het lichaam te voorkomen of te stoppen. Wordt vaak gebruikt na volledige chirurgische verwijdering van de primaire tumor en lymfekliermetastasen. Deze behandeling bestaat bij melanoom uit immunotherapie of doelgerichte behandeling.
Moedervlekken waarvan het uiterlijk op een of meer manieren verschilt van gewone moedervlekken. Atypische moedervlekken kunnen groter zijn dan gewone moedervlekken, kunnen onregelmatige of onduidelijke randen hebben, en kunnen kleurvariaties hebben binnen de moedervlek. Ze zijn meestal plat, maar delen kunnen boven het huidoppervlak uitsteken. Ook bekend als dysplastische naevi.
Het maken van antilichamen tegen eigen cellen.
B
Mutatie voorkomend bij oogmelanoom. Afwijkende gen is bij ca 3% van de patiënten erfelijk
De meest voorkomende soort niet-melanoomkanker. Het metastaseert bijna nooit.
Kleine, ronde cellen in de binnenste laag van de opperhuid. Deze cellen delen zich om nieuwe huidcellen te produceren, ter vervanging van de cellen die afsterven en van het huidoppervlak worden afgestoten.
De binnenste laag van de opperhuid.
Een onbedoeld, en meestal ongewenst, effect van een medicijn of andere therapie.
Een biologisch molecuul dat in het bloed, andere lichaamsvloeistoffen of weefsels wordt aangetroffen en dat een teken is van een normaal of abnormaal proces, of van een aandoening of ziekte. Een biomarker kan worden gebruikt om te zien hoe goed het lichaam reageert op een behandeling voor een ziekte of aandoening. Ook wel moleculaire marker en signatuurmolecuul genoemd.
Het verwijderen van een weefselmonster zodat het onder een microscoop kan worden beoordeeld om een diagnose te stellen.
Bloedvatinvasie (ook wel angio-invasie genoemd) en lymfevatinvasie kunnen worden gevonden in een biopt. Als deze aanwezig zijn betekent dit dat het melanoom respectievelijk in het bloed- of lymfesysteem is binnengedrongen.
Inwendige bestraling. Bijvoorbeeld bestraling door een klein schildje dat aan de buitenkant van het oog is genaaid.
Dit gen kan muteren of veranderen, waardoor een gemuteerd BRAF-eiwit ontstaat dat leidt tot ongecontroleerde groei van kankercellen. Bij meer dan de helft van de melanoomgevallen kan een mutatie in het BRAF-gen worden gevonden. De zogenaamde V600E-mutatie komt in deze gevallen het vaakst voor.
Deze medicijnen kunnen de effecten van gemuteerde BRAF-eiwitten remmen en de groei van kanker vertragen, wat kan leiden tot krimp van de tumor. Vrijwel altijd worden deze gebruikt tezamen met een MEK-remmer.
Komt voor bij ongeveer de helft van de melanomen e bij een op de drie conjunctiva melanomen.
Een zonnebrandcrème die bescherming biedt tegen zowel UVA- als UVB-straling van de zonnestralen.
De methode, beschreven door Alexander Breslow in 1975, om te meten hoe diep het primaire melanoom de huid is binnengedrongen. De tumorpenetratie wordt gemeten in millimeters van de buitenste laag levende cellen tot het diepste deel van het melanoom. Het Clark-niveau, een oudere maat voor tumorinvasie, werd vervangen door de Breslow-dikte, tumorulceratie en mitotisch aantal, als de belangrijkste factoren bij het bepalen van de prognose van een primair melanoom door de AJCC-richtlijnen van 2010.
C
Dit gen onderdrukt doorgaans de groei van tumoren. Wanneer het muteert, kunnen kankercellen ongecontroleerd groeien. Families met meerdere melanomen kunnen drager zijn van deze genmutatie. CDKN2A staat voor cyclin-dependent kinase inhibitor 2A.
Deze systemische behandeling gebruikt medicijnen om de groei van kankercellen te stoppen, door ze te vernietigen of te voorkomen dat ze zich delen. Patiënten kunnen chemotherapie krijgen in orale pilvorm, via een infuus (intraveneus), of via een onderhuidse injectie.
Vaatvlies: laag van bloedvaten in de wand van het oog. Het vaatvlies bevindt zich tussen het netvlies en de sclera (harde oogrok).
Ook bekend als uvea melanoom.
Een kwaadaardige tumor (kanker) van de vasculaire “choroïdale” laag van het oog. De tumor bestaat uit pigment producerende cellen (melanocyten).
Een orgaan dat zich direct achter de iris bevindt en deze omringt. Het ciliaire lichaam maakt de vloeistof aan die het oog vult.
Ciliaire tumoren kunnen afkomstig zijn van de vasculaire en de niet-vasculaire delen van het ciliaire lichaam.
Een methode om te meten hoe diep de primaire tumor de huid is binnengedrongen op basis van de anatomische laag. Het werd meer dan 40 jaar gebruikt om primaire melanomen te classificeren en om te bepalen welke behandelingen geschikt waren. In 2009 verving de AJCC het Clark-niveau formeel door andere metingen die nu informatiever zijn gebleken. Omdat Clark-niveau zo lang is gebruikt, zal het waarschijnlijk nog enige tijd in pathologierapporten worden vermeld.
- Clark’s Level I: laesie omvat de dermis
- Clark’s Level II: laesie omvat de papillaire dermis
- Clark’s Level III: laesie dringt door en vult de papillaire dermis
- Clark’s Level IV: laesie dringt door in de reticulaire dermis
- Clark’s Level V: laesie dringt door in het subcutane weefsel
(Afhankelijk van waar het melanoom zich op het lichaam bevindt, kunnen de millimeters diepte voor elk Clark-level sterk variëren, dus de Clark’s III van de ene persoon kan 1 mm zijn, terwijl die van een andere persoon 2 mm is.)
Bij deze behandeling worden twee of meer behandelingen gecombineerd, bijvoorbeeld twee immunotherapiemiddelen of twee doelgerichte therapiemedicijnen, voor betere resultaten.
Volledige respons. Volledige verdwijning van een kanker door behandeling.
Samengestelde naevi of moedervlekken. Sterk gepigmenteerde moedervlekken met melanocyten in zowel de dermo-epidermale verbinding als de dermis.
Moedervlekken die bij de geboorte aanwezig zijn of in de vroege kindertijd zichtbaar worden
Een dun membraan dat het grootste deel van de buitenkant van de oogbol en de binnenkant van de oogleden bedekt.
Ontsteking of infectie van het dunne membraan dat het grootste deel van de buitenkant van de oogbol en de binnenkant van de oogleden bedekt.
In een klinische proef is dit de groep proefpersonen die is toegewezen aan de standaardbehandeling. Deze groep wordt vergeleken met de groep die de nieuwe behandeling krijgt om te bepalen welke behandeling effectiever is.
Hoornvlies. Het heldere buitenste deel van het oog dat de iris bedekt en licht door de pupil toelaat.
Corticosteroïden, ook wel steroïden genoemd, zijn een ontstekingsremmend medicijn dat wordt voorgeschreven voor een breed scala aan aandoeningen. Het is een door de mens gemaakte versie van hormonen die normaal gesproken door de bijnieren worden geproduceerd. Ze worden voornamelijk gebruikt om ontstekingen te verminderen en het immuunsysteem te onderdrukken.
Ook bekend als CAT-scan. Een techniek waarbij een roterende röntgenbundel een serie foto’s van het lichaam maakt vanuit verschillende hoeken. Een computer combineert de informatie van al deze foto’s en maakt een gedetailleerde dwarsdoorsnede van het lichaam. Een CT-scan kan worden gebruikt om te zien of melanoom zich heeft verspreid naar regionale lymfeklieren of elders in het lichaam.
Cytotoxische T-cellen
Een type T-cel dat kankercellen en door virus geïnfecteerde cellen doodt; ook bekend als CD8-cellen.
Dit eiwit helpt melanoomcellen te groeien door het immuunsysteem te onderdrukken. Immunotherapie kan dit eiwit blokkeren en daarmee het immuunsysteem weer activeren.
D
Een chemotherapiemiddel dat intraveneus wordt toegediend om gemetastaseerd melanoom te behandelen. Dacarbazine is het enige chemotherapiemiddel dat momenteel is goedgekeurd voor de behandeling van gevorderd inoperabel melanoom. Het middel is weinig effectief en wordt nauwelijks nog gebruikt.
Een krachtige en effectieve antigeen presenterende cel (een immuuncel) die vooral efficiënt is in het activeren van rustende helper T-cellen. Dendritische cellen danken hun naam aan het Griekse woord dendron (boom) omdat de cel op een boom lijkt, met wortels en takken die zich vanuit het hoofdlichaam van de cel verspreiden.
Vaccins die dendritische cellen gebruiken om tumorantigenen aan te bieden aan het immuunsysteem, waardoor een immuunreactie in gang wordt gezet.
Een speciale handmicroscoop die wordt gebruikt om huidlaesies beter te kunnen beoordelen. Het is een sterke loep met een ingebouwde lichtbron.
Een techniek om huidafwijkingen beter te kunnen beoordelen. Bij sommige dermatoscopen wordt een druppel minerale olie op de huid geplaatst om lichtreflectie te verminderen en de huid doorschijnender te maken. Met behulp van een dermatoscoop kan de arts de laesie bekijken tot aan de dermo-epidermale verbinding, het gebied waar melanomen zich gewoonlijk ontwikkelen. Dit gebied is niet zichtbaar met het blote oog.
De huidlaag direct onder de opperhuid. De dermis bevat bloed- en lymfevaten, zenuwuiteinden, spiervezels, olie- en zweetklieren en haarzakjes.
Ook bekend als spindelcelmelanoom is een zeldzame vorm van maligne melanoom gekenmerkt door niet-gepigmenteerde laesies op aan de zon blootgestelde delen van het lichaam, meestal op het hoofd en de nek.
Afkorting voor desoxyribonucleïnezuur. Het is een groot molecuul dat genetische informatie draagt en doorgeeft van de ene generatie cellen aan de volgende.
Een type medicijntherapie dat erop gericht is om abnormale moleculen in kankertumorcellen uit te schakelen die deze cellen het signaal geven om zich ongecontroleerd te delen. BRAF- en MEK-remmers richten zich bijvoorbeeld op melanomen met specifieke genmutaties.
Onderzoekers die klinische proeven uitvoeren, gebruiken deze meting om te meten of een tumor reageert op de behandeling. Het omvat de tijdsduur (meestal in maanden) dat een tumor of kankergebied verbetering vertoont als gevolg van behandeling.
Moedervlekken met een verhoogd risico op melanoom. Ze zijn groter dan gewone moedervlekken en zijn meestal plat, maar kunnen een verhoogd deel en onduidelijke of wazige randen met ongelijkmatige kleuring hebben. Ook bekend als atypische moedervlekken.
Een aandoening die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van 100 of meer, waarvan er ten minste 1 dysplastisch is. Het syndroom kan verworven of geërfd zijn. Personen met DNS lopen een aanzienlijk verhoogd risico op het ontwikkelen van melanoom. Het wordt ook wel het atypische naevussyndroom (ANS) genoemd. Zie ook FAMMM
E
Een procedure waarbij gebruik wordt gemaakt van geluidsgolven, waarmee artsen een inkijkje kunnen krijgen in zachte weefsels en lichaamsholten.
Kan worden gebruikt bij onderzoek naar uitzaaiingen in b.v. lymfeklieren of de lever.
Bij verdenking op oogmelanoom is het een belangrijk onderzoek voor het stellen van de diagnose en het meten van de grootte van de tumor.
Een grote chirurgische ingreep waarbij alle lymfeklieren in de regio, waarnaar lymfe van het primaire melanoom stroomt, worden verwijderd.
Verwijdering van de oogbol, waarbij de oogspieren en overige inhoud van de oogkas achterblijven.
Opperhuid. De buitenste laag van de huid.
Een biopsie waarbij het doel is om alle zichtbare tumordelen te verwijderen en bedoeld om een diagnose te stellen.
F
Familial Atypical Multiple Mole/Melanoma syndrome).
Vergelijkbare termen: dysplastisch naevus syndroom (DNS); familiair melanoom; erfelijk melanoom.
De voorkeur gaat uit naar de term Familiair melanoom.
Als er bij familiair melanoom genetisch onderzoek wordt gedaan en er worden afwijkingen gevonden die gerelateerd zijn aan melanoom dan spreken we van erfelijk melanoom.
Fase 1, 2, 3 klinisch onderzoek
- Fase 1-onderzoek
Klinisch onderzoek dat wordt uitgevoerd om de veilige te vinden van een nieuwe kankerbehandeling, en om mogelijke bijwerkingen vast te stellen. Fase 1-onderzoeken zijn doorgaans beperkt tot een klein aantal patiënten die niet meer geholpen kunnen worden door bestaande behandelingen. - Fase 2-onderzoek
Klinisch onderzoek dat wordt uitgevoerd om te testen hoe goed een nieuwe kankerbehandeling werkt tegen een bepaald type kanker. - Fase 3-onderzoek
Klinisch onderzoek dat wordt uitgevoerd om de nieuwe kankerbehandeling te vergelijken met de standaardbehandeling om te ontdekken welke behandeling effectiever is. Fase 3-onderzoeken omvatten grote aantallen patiënten die willekeurig worden toegewezen om de nieuwe behandeling of de standaardbehandeling te ontvangen. In de meeste gevallen gaan onderzoeken pas naar fase 3 als een behandeling in fase 1 en 2 lijkt te werken.
Een test waarbij een kleurstof in een ader wordt geïnjecteerd, zodat deze in het oog kan circuleren terwijl er foto’s van de binnenkant van het oog worden gemaakt. De bloedvaten in het netvlies en het vaatvlies zijn hiermee beter zichtbaar.
Fotocoagulatie
Het gebruik van intens licht (meestal laserstralen) om oogweefsel, abnormale bloedvaten en/of tumoren te vernietigen
Het centrum van het maculaire netvlies dat primair verantwoordelijk is voor zowel kleurenzicht als fijne resolutie (leeszicht).
Een fundoscopie is een onderzoek waarmee de arts het netvlies in de binnenkant van het oog beoordeelt. Andere namen voor dit onderzoek zijn oftalmoscopie en oogspiegelen.
G
Een geavanceerde vorm van stereotactische of gerichte radiochirurgie voor goedaardige processen en metastatische hersentumoren die voorheen als inoperabel of zeer risicovol werden beschouwd voor conventionele hersenchirurgie. Het ‘mes’ wordt gevormd door 201 kruisende bundels gammastraling die een geconcentreerde dosis afgeven aan een nauwkeurig gebied in de hersenen.
Informed consent. Een doorlopend proces waarin potentiële kandidaten voor onderzoeksstudies of klinische proeven meer te weten komen over de belangrijkste feiten van de studie, waaronder het doel van de studie, mogelijke risico’s en voordelen en andere behandelingsalternatieven. Het doel van geïnformeerde toestemming is om kandidaten in staat te stellen de meest geschikte beslissingen te nemen over het starten of voortzetten van deelname aan de studie.
Chemotherapiebehandeling waarbij een bloedvatoperatie wordt gebruikt om de circulatie van het betrokken ledemaat tijdelijk te isoleren van de rest van het lichaam. Dit bloed wordt vervolgens gemengd met hoge doses chemotherapie, gerecirculeerd door een hart-longmachine en gedurende een bepaalde tijd verhit om de potentie van het medicijn te verbeteren. Het behandelde bloed wordt vervolgens teruggevoerd naar het aangetaste ledemaat.
Cellen, die gekleurd zijn en doorgaans het natuurlijke pigment van de huid of het oog bevatten, melanine genaamd.
Het volledige gezichtsveld dat omvat wat er boven, onder, aan de zijkanten en in het midden te zien is.
De gelei-achtige substantie die het grootste deel van het normale oog vult.
Veel voorkomende mutatie bij oogmelanoom (in 70-90% van de gevallen)
Veel voorkomende mutatie bij oogmelanoom (in 70-90% van de gevallen).
Geen kanker. Niet kwaadaardig. Een goedaardige tumor dringt niet door in omliggend weefsel of verspreidt zich niet naar andere delen van het lichaam. Een goedaardige tumor kan groeien, maar blijft zitten (op dezelfde plek).
Een eenheid van geabsorbeerde straling gelijk aan de dosis van één joule energie geabsorbeerd per kilogram materie, of 100 rad. De eenheid is vernoemd naar de Britse arts L. Harold Gray (1905-1965), een autoriteit op het gebied van het gebruik van straling bij de behandeling van kanker. De afkorting voor een gray is Gy.
H
Een type T-cel dat andere immuuncellen activeert, waaronder B-cellen en cytotoxische T-cellen.
I
Dit verwijst naar de studie van het immuunsysteem van het lichaam. Het immuunsysteem verdedigt het lichaam tegen virussen, bacteriën en infecties.
Deze kankertherapie maakt gebruik van immuniteitsversterkende behandelingen om het immuunsysteem van het lichaam te stimuleren om kankercellen te bestrijden. Immunotherapie gebruikt meestal medicijnen die gericht zijn op PD-1 of CTLA-4. Het is ook een term die andere benaderingen beschrijft die het immuunsysteem op een andere manier activeren.
De activiteit van de verschillende componenten van het immuunsysteem tegen antigenen. De immuunrespons omvat B-cellen, T-cellen, natural killer-cellen en antigeenverwerkende cellen, en kan niet-specifiek of specifiek zijn voor het antigeen.
Een type kanker dat niet verder is gereisd of binnengedrongen dan waar de oorspronkelijke cellen die kanker werden zich bevonden. Een in situ kanker is het vroegste en meest gemakkelijk te behandelen stadium van elke kanker.
Melanoom dat zich verspreidt via kleine lymfekanalen, de bloedvaten van het immuunsysteem, en dat zich op meer dan 2 centimeter afstand van het primaire melanoom begint te ontwikkelen.
Het aantal nieuwe gevallen van een ziekte dat zich gedurende een bepaalde periode voordoet, doorgaans gedurende een jaar. Incidentiepercentage: Verhouding van het aantal nieuwe gevallen van een ziekte tot een bepaalde populatie per jaar.
Een biopsie waarbij slechts een deel van een verdachte huidlaesie wordt verwijderd. Deze methode wordt gebruikt wanneer de laesie te groot is voor excisiebiopsie of wanneer excisie belangrijk weefsel zou vernietigen, zoals op het gezicht of de handen.
Een immuunsysteemmodulator die wordt gebruikt om conjunctiva- en hoornvlieskankers te behandelen. Dit chemotherapiemedicijn wordt gebruikt als oogdruppel en/of geïnjecteerd rond de tumor.
Vleeskleurige of lichtbruine, koepelvormige moedervlekken waarvan de melanocyten beperkt zijn tot de dermis. Ze worden het meest aangetroffen bij volwassenen. De andere naam is een dermale naevus.
Zie: geisoleerde ledemaat perfusie
J
Verworven moedervlekken die ontstaan uit groepen melanocyten in de dermo-epidermale verbinding van de huid. Ze verschijnen meestal voor het eerst in de kindertijd als platte, sproetachtige laesies van bruin, donkerbruin of zwart en zijn uniform van kleur. Ze worden het vaakst aangetroffen op het gezicht, de armen, benen, romp, genitaliën of voetzolen.
Gelegen naast (aanrakend) de fovea.
Gelegen naast (aanrakend) de oogzenuw.
K
Irritatie of ontsteking van het hoornvlies. Keratitis kan het gevolg zijn van blootstelling, straling, infectie of immuunreactie.
Deze onderzoeksfase met patiënten volgt op de voltooiing van laboratorium- en dierstudies. Het doel is om te bepalen of een medische behandeling, apparaat of strategie veilig en effectief is voor mensen om te gebruiken. Onderzoekers onderzoeken of een behandeling leidt tot verbeteringen in de uitkomst, geen voordeel of potentiële schade.
L
Een enzym dat in het bloed en veel lichaamsweefsels voorkomt, zoals de lever, nieren, hersenen en longen. LDH-niveaus worden bepaald door een eenvoudige bloedtest. Verhoogde LDH-niveaus kunnen wijzen op de aanwezigheid van metastatische ziekte.
Een zeer smal, hoog-intensief licht, dat weefsel kan verbranden en
Deze afkortingen staan voor lactaatdehydrogenase. Dat is een enzym dat bij allerlei ziektes in een verhoogde concentratie in het bloed voorkomt. Een verhoging van het LDH bij uitgezaaid melanoom betekent vaak uitgebreide uitzaaiingen en een slechtere prognose.
Een heldere structuur achter de pupil, die helpt om licht te focussen
Een platte, bruine vlek die geassocieerd wordt met veroudering of schade door de zon. Lentigenen worden vaak zonnevlekken, ouderdomsvlekken of levervlekken genoemd, hoewel ze geen verband houden met de lever of leverfunctie.
Melanoom dat ontstaat uit een lentigo in plaats van een moedervlek en dat ongeveer 5% van alle melanomen vertegenwoordigt. Het komt het vaakst voor bij oudere volwassenen, meestal op het gezicht en andere chronisch aan de zon blootgestelde gebieden. De melanomen zijn over het algemeen grote, platte, bruinkleurige laesies met verschillende tinten bruin. Meestal groeien en dringen ze langzamer binnen dan andere soorten melanoom.
De patiënt is wakker, maar er zijn medicijnen gegeven om de pijn te verminderen.
Een procedure waarbij een kleine hoeveelheid radioactieve tracer in de huid wordt geïnjecteerd om in kaart te brengen hoe lymfe van een tumor naar de bijbehorende lymfeklieren stroomt.
Bij deze operatie worden de lymfeklieren verwijderd bij patiënten met melanoom in stadium III.
Boonvormige verzamelingen lymfeweefsel die lymfe filteren, vreemde lichamen (waaronder kankercellen) opvangen en infecties en ziekten bestrijden. Lymfeklieren zitten vol met immuuncellen. Omdat lymfeklieren drainage van tumorcellen ontvangen, zijn ze potentiële plekken voor metastasen.
Een ophoping van lymfevocht op de plaats waar de lymfeklier is verwijderd.
Een aandoening waarbij overtollig lymfevocht zich verzamelt in weefsel en zwelling veroorzaakt. Het kan voorkomen in de arm of het been nadat lymfevaten of lymfeklieren in de oksel of lies zijn verwijderd.
Een verwijd lymfekanaal, gewoonlijk gevuld met bloed.
M
Lymfekliermetastasen die voelbaar zijn tijdens een medisch onderzoek of met het blote oog te zien zijn bij inspectie door een chirurg en bij onderzoek door de patholoog metastasen blijken te bevatten.
Het deel van het netvlies dat verantwoordelijk is voor het centrum van het zicht.
Speciale markerproteïnen die, wanneer ze gekoppeld zijn aan antigeenfragmenten op een antigeenpresenterende cel, T-cellen in staat stellen het antigeen te herkennen en te neutraliseren. Cytotoxische T-cellen herkennen of ‘zien’ antigenen van de MHC klasse I moleculen. Helper T-cellen herkennen of ‘zien’ antigenen van de MHC klasse II moleculen.
Kwaadaardig. Wanneer een tumor kankercellen bevat die zich kunnen verspreiden en de dood kunnen veroorzaken.
Verwijst naar de hoeveelheid normaal uitziend weefsel dat samen met de tumor moet worden verwijderd tijdens chirurgische excisie. De marge wordt meestal gemeten in centimeters. Hoe dieper de Breslow-diepte van een primair melanoom, hoe breder de aanbevolen marges zullen zijn. In de praktijk i of 2 cm.
De eiwitten die door zowel het MEK-gen als het BRAF-gen worden gemaakt, werken op hetzelfde signaalpad in cellen. Kankercellen sturen signalen via BRAF en MEK, waardoor ze kunnen groeien en zich kunnen verspreiden. Bij combinatietherapie kunnen MEK-remmende medicijnen worden gecombineerd met BRAF-remmers om de groei van kanker te vertragen of tumoren bij sommige patiënten te verkleinen.
Het pigmenteiwit dat kleur geeft aan de huid, het haar en delen van het oog en bescherming biedt tegen de schadelijke effecten van ultraviolette straling door energie uit UV-licht te absorberen.
Gespecialiseerde cellen die zich voornamelijk aan de onderkant van de opperhuid bevinden en pigment aanmaken en overbrengen naar andere huidcellen. Ze zijn, althans gedeeltelijk, verantwoordelijk voor de kleur van de huid en het haar.
Een tumor die bestaat uit pigmentcellen die melanocyten worden genoemd.
(Latijn voor ‘op zijn plaats’) Een melanoom in een heel vroeg stadium waarbij de tumor beperkt is tot de opperhuid zonder invasie van omliggend weefsel, lymfeklieren of verre plekken. Het heeft de beste prognose op lange termijn van alle melanomen.
De plaats waar de kankercellen zich hebben verspreid en een tumor hebben gevormd.
Stadium IV-melanoom dat zich vanuit de oorspronkelijke laesie heeft verspreid naar andere plekken in de huid, lymfeklieren, hersenen of organen zoals de lever of longen.
Verwijst naar kankercellen die zich delen. Mitoses kunnen door een patholoog worden geteld bij het onderzoeken van weefsel met een microscoop. Het aantal mitoses in een gebied van een pathologisch specimen correleert met de snelheid van celdeling.
(Mitotische telling) Pathologen tellen het gemiddelde aantal cellen dat zich deelt in een melanoomspecimen en gebruiken dit om de mitotische snelheid te bepalen. Hogere mitotische snelheden worden geassocieerd met sneller delende cellen en een grotere kans op metastasering. Omdat bewezen is dat de mitotische snelheid prognostische gegevens oplevert, heeft de AJCC in 2010 aanbevolen om de mitotische snelheid te gebruiken bij het bepalen van het stadium van dunne (stadium I) primaire melanomen.
Een gepigmenteerde huidgroei die voornamelijk wordt gevormd door een cluster van melanocyten en omringend ondersteunend weefsel. De wetenschappelijke naam voor een moedervlek is een melanocytische naevus. Moedervlekken verschijnen meestal als bruine, gelige of vleeskleurige vlekken op de huid.
Gefabriceerde antilichaamproteïnen, waarvan de typen afkomstig zijn van proefdieren of mensen. Wanneer ze in het lichaam worden geïnjecteerd, kunnen ze antigenen herkennen voor verschillende medische doeleinden. Monoklonale antilichamen kunnen kankercellen lokaliseren en zich eraan hechten met specifieke antigenen, hetzij om ze te identificeren voor diagnostische doeleinden, hetzij om ze te doden in therapie. Ze kunnen alleen worden gebruikt of om straling, chemotherapie of andere biologische therapieën directer op een tumor toe te dienen.
Een diagnostische techniek waarbij magnetische velden gedetailleerde, dwarsdoorsnedebeelden van het lichaam creëren. Een MRI kan worden gebruikt om te zien of melanoom zich heeft verspreid naar lymfeklieren of verre plekken in het lichaam.
Ontwikkelt zich in het slijmvlies dat de neus, mond, slokdarm, anus, urinewegen of vagina bekleedt. Mucosale melanomen zijn bijzonder moeilijk te detecteren omdat ze gemakkelijk verward kunnen worden met andere, veel vaker voorkomende aandoeningen.
Een permanente verandering in de structuur van DNA die, indien niet gecorrigeerd door de cel, kan worden doorgegeven aan volgende cellen. Mutaties die optreden in kritieke gebieden van het DNA die correleren met de genen die bepalen hoe vaak een cel zich deelt, kunnen er uiteindelijk voor zorgen dat de cel kankerachtig wordt.
N
Behandeling die wordt gegeven vóór of direct na de primaire behandeling. Het doel is om tumoren te verkleinen vóór een operatie.
Type melanoom dat zich meestal voordoet als een blauwzwarte, koepelvormige knobbel op de romp, het hoofd of de nek. Nodulaire melanomen dringen sneller binnen dan andere soorten melanomen en vertegenwoordigen 10% tot 15% van alle melanomen.
O
Een kwaadaardige tumor die ontstaat in de structuren van het oog. Het is de meest voorkomende oogtumor bij volwassenen.
De zenuw die visuele berichten tussen de hersenen en het oog verzendt.
Het meest voorkomende type melanoom, dat zich over de opperhuid verspreidt gedurende een periode van maanden tot jaren voordat het dieper in de huid doordringt. Het melanoom verschijnt als een vlakke of nauwelijks verhoogde laesie, vaak met onregelmatige randen en variaties in kleur. Laesies verschijnen het vaakst op de romp van mannen, de benen van vrouwen en de bovenrug van beide geslachten.
Waar een laserbeeldvormingsapparaat wordt gebruikt om het oog in beeld te brengen. Het kan worden gebruikt om de voorkant van het oog in beeld te brengen, maar bij oogkankers wordt het het meest gebruikt om het netvlies, de choroidea en de sclera te onderzoeken.
Collecties van lipofuscinepigment die doorgaans worden gezien op het oppervlak van choroïdale melanomen of verdachte choroïdale naevi.
Een goedaardige of kwaadaardige tumor achter of rond het oog.
Overall survival rate: algehele overlevingskans.
Deze statistische term verwijst naar het percentage mensen dat een bepaald type kanker overleeft gedurende een bepaalde tijd na hun eerste diagnose. Een algehele overlevingskans verwijst doorgaans naar een periode van vijf of tien jaar.
Het percentage mensen dat een bepaald aantal jaren na diagnose nog in leven is.
P
Een proteïne dat zich op het oppervlak van T-cellen van het immuunsysteem en andere witte bloedcellen bevindt. Het wordt gebruikt om overstimulatie van het immuunsysteem te voorkomen. Kankercellen kunnen dit PD-1-signaal activeren en T-cellen voortijdig uitschakelen. Dit verstoort het vermogen van het immuunsysteem om kankercellen te detecteren en te vernietigen.
Een proteïne die zich op het oppervlak van kankercellen bevindt en die hen helpt detectie en vernietiging door het immuunsysteem te ontwijken. PD-L1 interageert met PD-1 om het immuunsysteem op ongepaste wijze uit te schakelen. Het wordt soms ook CD274 genoemd.
Een chemotherapietechniek die kan worden gebruikt wanneer melanoom optreedt op een arm of been. De bloedstroom van en naar de ledemaat wordt een tijdje gestopt met een tourniquet en antikankermedicijnen worden rechtstreeks in het bloed van de ledemaat ingespoten. Hierdoor kan de patiënt een hoge dosis medicijnen krijgen in het gebied waar het melanoom is opgetreden.
Een beeldvormende studie die beelden van het hele lichaam kan leveren op zoek naar bewijs van kanker.
Een diagnostische test die beelden van het lichaam produceert door straling te detecteren die wordt uitgezonden door een radioactieve stof die aan de patiënt wordt toegediend. Een procedure waarbij radioactieve suikermoleculen, tracers genoemd, in een lage dosis radioactieve vorm in het lichaam worden geïnjecteerd. Tijdens de scan ‘lichten’ de kankercellen op, omdat de kankercellen suiker sneller opnemen dan normale cellen.
De kleur van het lichaam.
Het aantal patiënten dat in een belaade periode is gediagnosticeerd met een bepaalde kanker en een bepaald aantal jaren na diagnose nog in leven is. De 10-jaarsprevalentie melanoom is het aantal mensen dat 10 jaar na diagnose nog in leven is.
De oorspronkelijke tumor.
Een voorspelling van het waarschijnlijke verloop van de ziekte.
Wanneer het oog (verplaatst) naar voren wordt geduwd vanuit de normale positie.
Een voorziening om een verwijderd orgaan te vervangen. Bijvoorbeeld het plastic oog dat onder de oogleden wordt geplaatst om een verwijderd oog te simuleren.
Straling bestaande uit protonen, die zeer gericht een tumor kunnen bereiken. Wordt o.a. gebruikt bij bestraling van een oogmelanoom.
De ronde opening in de iris die licht in het oog en op het netvlies laat.
R
De melanoomlaesie wordt beschreven als aanwezig of afwezig RGP. Als RGP aanwezig is, geeft het aan dat het melanoom horizontaal of radiaal groeit, binnen een enkel vlak van de huidlaag. Vroegste stap in de ontwikkeling van melanoom, waarbij de ziekte beperkt is tot de opperhuid of nauwelijks de lederhuid binnendringt. Er vormen zich geen clusters van melanoomcellen en er ontstaan geen metastasen.
Een komvormig stralingsapparaat dat kan worden gebruikt om oogkankers te behandelen (bijv. melanomen en retinoblastomen). Voorbeeld Ruthenium schildje.
De behandeling van kanker met vormen van energie, waaronder röntgenstralen en gammastralen.
Het proces waarbij patiënten worden toegewezen aan twee of meer behandelingsopties, waarbij elke patiënt een gelijke kans heeft om elke behandeling te ontvangen.
Randomised controlled trial. Gerandomiseerde, gecontroleerde klinische proef. Onderzoek waarin patiënten willekeurig worden toegewezen aan een controlegroep (die de standaardbehandeling krijgt) of een interventiegroep (die de experimentele behandeling krijgt). Gerandomiseerde, gecontroleerde proeven worden beschouwd als de meest betrouwbare en onpartijdige methode om de meest effectieve medische behandeling te bepalen.
Brede lokale excisie (WLE): Herhaling van de primaire plaats nadat de biopsieresultaten zijn geïnterpreteerd.
Het opnieuw verschijnen van een kanker na een periode van volledige remissie of na definitieve chirurgische behandeling van het primaire melanoom.
Lymfeklieren in de regio van de primaire tumor.
Therapie waarbij een heel ledemaat wordt geïnjecteerd met kanker dodende medicijnen. Ze worden in de slagader van het ledemaat ingebracht en via de ader afgevoerd. Dit is gebruikt in gevallen waarin meerdere melanoomhuidmetastasen beperkt zijn tot de arm- of beenlocatie waar de primaire tumor zich bevond.
Regressie wordt gerapporteerd als aanwezig of afwezig. Als het aanwezig is, wordt de mate van regressie beschreven. Regressie betreft een gebied binnen het melanoom waar er geen melanocytaire groei is. Wanneer regressie aanwezig is, kan het moeilijker zijn om grootte van het melanoom vast te stellen.
Terugval. Bij kanker is dit het tegenovergestelde van remissie. De kanker is teruggekomen na een periode waarin het niet was ontdekt.
Volledige of gedeeltelijke verdwijning van een kanker, meestal na behandeling.
Deze primaire melanoombehandeling omvat het wegsnijden een huidafwijking. Brede lokale excisie kan vaak melanoom in een vroeg stadium genezen.
Dit heeft betrekking op het percentage patiënten waarbij de melanoomtumor kleiner wordt of niet meer te detecteren is als reactie op de behandeling.
Netvlies. Het zenuwweefsel dat de binnenkant van het oog bekleedt en werkt als de film in een camera.
Een aangeboren moedervlek die een groot deel van het hoofd of lichaam bedekt en een diameter heeft van ten minste 20 cm.
Alles wat de kans op het ontwikkelen van een ziekte, inclusief kanker, vergroot. Risicofactoren kunnen persoonlijke eigenschappen en gewoontes, een familiegeschiedenis van een ziekte of predisponerende aandoening en blootstelling aan omgevingsfactoren zijn.
Radioactief muntje dat tegen het oogmelanoom wordt geplaatst om dit van dichtbij te bestralen.
S
Een eiwit dat wordt afgescheiden door kwaadaardige melanoomcellen en dat wordt onderzocht als tumormarker.
Gebieden met tumorgroei op minder dan 2cm verwijderd van het melanoom. Met het blote oog zichtbaar, og gevonden in het weefsel dat bij de reexcisie werd verwijderd.
De eerste lymfeklier die drainage ontvangt van het melanoom en daarom de meest waarschijnlijke plek is waar metastasen voorkomen, als er lymfeklieren bij betrokken zijn.
Een procedure waarbij de schildwachtklier wordt geïdentificeerd en verwijderd voor microscopisch onderzoek om te bepalen of de kanker zich al heeft uitgezaaid naar de lymfklier.
De witte buitenste wand van het oog.
Een blinde vlek of defect in het gezichtsveld.
Een stof die in het bloed voorkomt en betrokken is bij de energieproductie in cellen.
Type huidbiopsie waarbij de bovenste huidlagen worden ‘afgeschoren’ met een chirurgisch mesje. Shave biopsieën zijn het meest bruikbaar bij het diagnosticeren van oppervlakkige, goedaardige huidziekten waarvoor geen diep weefselmonster nodig is. Het is niet geschikt voor het stellen van de diagnose melanoom, omdat hierbij een deel van het melanoom kan achterblijven en de Breslow-dikte niet kan worden vastgesteld
Het proces om te bepalen hoe ver het melanoom is gevorderd.
De uitgebreidheid van kanker in het lichaam; met name of de ziekte zich heeft verspreid van de oorspronkelijke plek naar andere delen van het lichaam. Het stadium van de ziekte correleert meestal met de prognose. Het systeem voor het stadiëren van melanoom kent 4 hoofdstadia: stadium I en II voor melanoom dat beperkt is tot de huid; stadium III voor betrokkenheid van lymfeklieren; en stadium IV voor verspreiding van melanoom naar andere organen.
De geaccepteerde, erkende en algemeen gebruikte vorm van therapie. Wat doorgaans wordt gebruikt door de meeste artsen die een bepaalde ziekte behandelen.
Het vermogen om objecten met diepte te zien vanuit beide ogen.
Een zeer nauwkeurige methode van radiotherapie waarbij verschillende krachtige stralingsbundels vanuit verschillende hoeken rond het hoofd samenkomen om zich precies op een hersentumor te richten.
Wanneer grote hoeveelheden straling vasculaire veranderingen in het normale netvlies veroorzaken, wat vaak resulteert in verminderd zicht.
Behandeling waarbij medicijnen via de bloedbaan alle delen van het lichaam bereiken om kankers te bestrijden die zich hebben uitgezaaid naar meerdere plaatsen in het lichaam. De meeste doelgerichte en immunotherapieën zijn systemisch.
T
Een type witte bloedcel dat behoort tot het immuunsysteem. Deze helpt het lichaam om kankercellen te bestrijden. T-cellen danken hun naam aan de thymusklier, het kleine orgaan waarin ze ‘opgeleid’ worden.
Talimogeen laherparepvec is door de EMA goedgekeurd voor de behandeling van niet-reseceerbare cutane, subcutane en nodale laesies bij patiënten met melanoom dat terugkeert na de eerste operatie. Het is een genetisch gemodificeerd levend oncolytisch herpesvirus dat is ontworpen om zich te repliceren in kankercellen en een immuunstimulerend eiwit te produceren dat GM-CSF wordt genoemd.
Doelgerichte therapie, b.v. met BRAF- en MEK-remmers.
Chirurgie om alle regionale lymfeklieren te verwijderen uit het gebied waar kanker in de lymfeklieren werd gevonden bij klinisch onderzoek.
Het meest gebruikte systeem voor kankerstadiëring ter wereld. Het TNM-systeem is ontwikkeld door de American Joint Committee on Cancer (AJCC) en definieert kanker op basis van kenmerken van de primaire tumoren, de aanwezigheid of afwezigheid van tumoruitzaaiingen naar nabijgelegen lymfeklieren en de aanwezigheid of afwezigheid van metastasen naar verre plekken.
De vereisten in klinische onderzoeken, waaraan moet worden voldaan om een persoon in een onderzoek te laten opnemen. Deze vereisten helpen ervoor te zorgen dat deelnemers aan een onderzoek op elkaar lijken in termen van specifieke factoren zoals leeftijd, type en stadium van kanker, algemene gezondheid en eerdere behandeling. Wanneer alle deelnemers aan dezelfde toelatingscriteria voldoen, is het waarschijnlijker dat de resultaten van het onderzoek worden veroorzaakt door de interventie die wordt getest en niet door andere factoren of door toeval.
Een abnormale massa weefsel die het gevolg is van overmatige celdeling. Tumoren voeren geen nuttige lichaamsfunctie uit. Ze kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn.
TIL’s zijnlymfocyten (witte bloedlichaampjes) die zijn doorgedrongen in de tumor. TIL’s geven aan dat het immuunsysteem de melanoomcellen als abnormaal kan herkennen. Een vlotte immuunreactie is geassocieerd met een betere prognose.
Stoffen zoals eiwitten of enzymen die door tumorcellen of door het lichaam worden geproduceerd als reactie op tumorcellen. Wanneer tumorcellen zich vermenigvuldigen, nemen de tumormarkers toe en komen ze in de bloedbaan terecht. Theoretisch gezien kunnen tumormarkerniveaus in het bloed helpen evalueren of de behandeling werkt of dat de ziekte vordert.
U
Zweervorming. Een aandoening waarbij de opperhuid die een deel van het primaire melanoom bedekt, niet intact is. Ulceratie wordt vastgesteld door microscopische evaluatie van het weefsel door een patholoog.
Ook wel ultraviolet licht genoemd. Het deel van zonlicht dat onzichtbaar is voor het menselijk oog. Sommige golflengtes van UV-straling komen via de huid en ogen het lichaam binnen. UV-straling kan de huid verbranden en melanomen en andere soorten huidkanker veroorzaken.
Een dagelijkse voorspelling van de sterkte van de ultraviolette stralen van de zon voor een regio.
B.v de zonkrachtverwachting van het KNMI https://www.knmi.nl/nederland-nu/weer/waarschuwingen-en-verwachtingen/zonkracht
W
Deze term beschrijft genen die geen mutatie hebben. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld melanoom met mutaties in BRAF, terwijl anderen zogenaamd wildtype BRAF-melanoom hebben, wat betekent dat er geen bekende mutatie in het BRAF-gen aanwezig is.
X
Een zeldzame, erfelijke aandoening waarbij het vermogen om DNA-schade ultraviolette straling ontbreekt.
#
test