Doneren
melanoom

Follow up stadium IB en II

Bij ongeveer 1 op de 10 nieuwe diagnoses melanoom is er sprake van een stadium IB.  

Bij ongeveer 15 % is er een stadium II bij diagnose.

Stadium IB betekent dat er een dun melanoom is gevonden met een Breslow-dikte van

  •  >1,0 – 2,0 mm zonder zweervorming

zonder verspreiding naar lokale lymfeklieren of op afstand.


Bij stadium IIA is er sprake van melanomen

  • >1,0 – 2,0 mm, met zweervorming,
  • >2,0 – 4,0mm zonder zweervorming

zonder verspreiding naar lokale lymfeklieren of op afstand.


Bij stadium IIB is er sprake van melanomen

  • >2,0 – 4,0 mm, met zweervorming, of
  • >4,0 mm zonder zweervorming

zonder verspreiding naar lokale lymfeklieren of op afstand.

Bij stadium IIC is er sprake van melanomen

  •  >4,0 mm, met zweervorming,

zonder verspreiding naar lokale lymfeklieren of op afstand.

De overleving na 10 jaar bij stadium II is gemiddeld 70% (afgezien van de kans om aan iets anders te overlijden). De kans op overlijden is het grootst bij de dikke melanomen met ulceratie (stadium IIC)  
Er is een verhoogde kans op het krijgen van een tweede melanoom.

De Richtlijn Melanoom van 2024 adviseert nacontrole te doen

  • Voor onderzoek van het litteken, de regionale lymfeklieren en de hele huid
  • Om informatie over zelfonderzoek en zonbescherming te geven
  • Om informatie te geven over bereikbaarheid ziekenhuis als patiënt nieuwe verdachte afwijkingen vindt
  • Voor een check op eventuele psychosociale problemen, samenhangend met de diagnose melanoom en zo nodig verwijzing voor begeleiding en behandeling

Hoe vaak zou er volgens de Richtlijn moeten worden gecontroleerd?

  • Stadium IB:
    één controle per jaar gedurende 5 jaar.


  • Stadium IIA:
    elk half jaar een controle de eerste twee jaar; daarna nog drie jaar lang eens per jaar

  • Stadium IIB en IIC: de eerste twee jaar om de 4 maanden; het derde jaar elk half jaar en het 4e en 5e jaar eens par jaar.

Bovenstaande controles zijn niet alleen ingegeven door medische argumenten, maar ook door financiële. Minder controles bespaart geld en maakt ruimte vrij op de polikliniek voor andere patiënten.
Europese richtlijnen adviseren frequentere controles met echografie en laboratoriumonderzoek en bij stadia IIB en IIC ook nog CT (borst en buik) en MRI (hersenen).

Standpunt Stichting Melanoom

Patiëntenorganisaties zijn standaard betrokken bij het opstellen van richtlijnen. Zo is ook Stichting Melanoom betrokken geweest bij de herziening van de richtlijn. Stichting Melanoom heeft zich echter in juli 2024 teruggetrokken uit de werkgroep die de richtlijn opstelde. Reden was dat wij ons niet konden verenigen met de vermindering van het aantal controles bij hoog-risico melanomen. De werkgroep bleek ook niet bereid aan te sluiten bij Europese adviezen en daar ook niet een inhoudelijke discussie over te voeren.

De visie  van de ESMO op controle na een melanoom is:
“‘Er bestaat geen consensus over het optimale follow-upschema of het nut van beeldvorming en bloedonderzoek voor patiënten met geopereerd melanoom; respectieve nationale richtlijnen moeten worden geraadpleegd, eventueel aangepast, rekening houdend met de beschikbare middelen, vooral na drie jaar van de follow-up.
Het follow-upschema moet worden afgestemd op elke individuele patiënt, rekening houdend met het individuele ziektestadium, risico’s en persoonlijke behoeften van de patiënt, en kunnen omvatten: klinisch-dermatologisch onderzoek, echografie van lymfeklieren, laboratorium onderzoeken en beeldvorming.’

Advies aan patiënten

Bespreek nadrukkelijk met je dermatoloog en/of oncoloog welke risico’s je loopt op terugkeer van het melanoom en welke controlefrequentie voor jou het beste is, welke onderzoeken zouden moeten worden gedaan en hoe je bij eventuele nieuwe afwijkingen en/of zorgen over terugkeer van het melanoom snel een extra controle afspraak kunt regelen.

NB Er kunnen ook nog andere risicofactoren zijn, die ervoor pleiten om meer en andere nacontroles te doen.