Doneren
melanoom

Follow up stadium III

Bij ongeveer 1 op de 10 nieuwe diagnoses melanoom is er sprake van een stadium III. 

Bij stadium III is er sprake van een melanoom met uitzaaiingen naar de regionale lymfeklieren. Die uitzaaiingen kunnen microscopisch klein zijn en zijn dan gevonden bij de schildwachtklierprocedure. Macroscopische lymfeklier uitzaaiingen zijn voelbaar vergrote lymfeklieren, waar een punctie of biopsie die uitzaaiingen heeft aangetoond. Ook satellietmetastasen en in-transit metastasen vallen onder stadium III.

De overleving na 10 jaar bij stadium III is gemiddeld ongeveer 60% (afgezien van de kans om aan iets anders te overlijden). De kans op overlijden is het kleinst bij stadium IIIA (alleen maximaal 3 micrometastasen).
Er is een verhoogde kans op het krijgen van een tweede melanoom.

De Richtlijn Melanoom van 2024 adviseert nacontrole te doen

  • Voor onderzoek van het litteken, de regionale lymfeklieren en de huid
  • Om informatie over zelfonderzoek en zonbescherming te geven
  • Om informatie te geven over bereikbaarheid ziekenhuis als patiënt nieuwe verdachte afwijkingen vindt
  • Voor een check op eventuele psychosociale problemen, samenhangend met de diagnose melanoom en zo nodig verwijzing voor begeleiding en behandeling

Hoe vaak zou er volgens de Richtlijn moeten worden gecontroleerd?

  • Stadium IIIA
    De eerste twee jaren drie keer per jaar;
    het derde jaar twee keer per jaar;
    het 4e en 5e jaar eenmaal per jaar;
    daarna op indicatie
  • Stadium IIIB,  IIIC en IIID (met of zonder adjuvante behandeling)
    De eerste twee jaren drie keer per jaar met CT;
    het derde jaar twee keer;
    het 4e en 5e jaar eenmaal per jaar
    daarna op indicatie

Standpunt Stichting Melanoom

Patiëntenorganisaties zijn standaard betrokken bij het opstellen van richtlijnen. Zo is ook Stichting Melanoom betrokken geweest bij de herziening van de richtlijn. Stichting Melanoom heeft zich echter in juli 2024 teruggetrokken uit de werkgroep die de richtlijn opstelde. Reden was dat wij ons niet konden verenigen met de vermindering van het aantal controles bij hoog-risico melanomen. De werkgroep bleek ook niet bereid aan te sluiten bij Europese adviezen en daar ook niet een inhoudelijke discussie over te voeren.

De visie op de controle richtlijn van de ESMO is:
“‘Er bestaat geen consensus over het optimale follow-upschema of het nut van beeldvorming en bloedonderzoek voor patiënten met geopereerd melanoom; respectieve nationale richtlijnen moeten worden geraadpleegd, eventueel aangepast, rekening houdend met de beschikbare middelen, vooral na drie jaar van de follow-up.
 Het follow-upschema moet worden afgestemd op elke individuele patiënt, rekening houdend met het individuele ziektestadium, risico’s en persoonlijke behoeften van de patiënt, en kunnen omvatten: klinisch-dermatologisch onderzoek, echografie van lymfeklieren, laboratorium onderzoeken en beeldvorming.’ 

Advies aan patiënten

Bespreek nadrukkelijk met je dermatoloog en/of oncoloog welke risico’s je loopt op terugkeer van het melanoom en welke controlefrequentie voor jou het beste is, welke onderzoeken zouden moeten worden gedaan en hoe je bij eventuele nieuwe afwijkingen en/of zorgen over terugkeer van het melanoom snel een extra controle afspraak kunt regelen.

NB Er kunnen ook nog andere risicofactoren zijn, die ervoor pleiten om meer en andere nacontroles te doen.